Statuten
De tekst (gedateerd najaar 2004) is ook in PDF-formaat beschikbaar; klik button:

Artikel 1: Naam/zetel

De vereniging draagt de naam: Leonbergse Honden Club Nederland.
Zij is gevestigd te Made, Noord-Brabant.

Artikel 2: Lid van de vereniging Raad van Beheer
  1. De vereniging is in het jaar tweeduizend als lid toegetreden tot de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (hierna genoemd: Raad van Beheer).
  2. De vereniging ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en rechtsgeldig genomen besluiten van de Raad van Beheer.
  3. De vereniging aanvaardt de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.
  4. De leden van de vereniging zijn jegens de vereniging tot hetzelfde gehouden als waartoe de vereniging vanwege haar lidmaatschap van de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer rechtsgeldig genomen besluiten,
  5. De vereniging is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen aan de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die de leden van de vereniging rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben, alles met toepassing van het bepaalde in artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 3: Doel en middelen

De vereniging heeft ten doel:
  1. het instandhouden en verbeteren van het Leonbergse ras;
  2. het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van de tot dit ras behorende honden in het algemeen en het voorkomen en bestrijden van erfelijke gebreken binnen dit ras in het bijzonder;
  3. het bevorderen van het contact tussen liefhebbers en fokkers van Leonbergse Honden.

De vereniging tracht dit doel te bereiken door:
  1. het houden van vergaderingen;
  2. het doen houden van lezingen en het geven van cursussen op kynologisch gebied;
  3. het houden en steunen van clubevenementen en tentoonstellingen;
  4. het geven van algemene informatie over alles wat de aankoop, het houden, het fokken en de opvoeding van Leonbergse Honden betreft;
  5. het opstellen van plannen ter bestrijding van erfelijke gebreken binnen het ras en het treffen van maatregelen ter uitvoering van die plannen;
  6. het registreren van gezondheidsgegevens en het inventariseren van mogelijk aanwezige erfelijke afwijkingen van Leonbergse Honden en het verstrekken van deze gegevens aan derden, een en ander ten behoeve van een verantwoorde fokkerij;
  7. het bevorderen van het inschrijven van zowel nesten, als van enkele honden in het Nederlands Honden Stamboek;
  8. het verlenen van haar bemiddeling tot het laten registreren van kennelnamen bij de Raad van Beheer;
  9. behulpzaam te zijn bij de vorming en instandhouding van een goed keurmeesterkorps;
  10. het uitgeven van een clubblad;
  11. het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde kynologie;
  12. het deelnemen aan het overleg binnen de Internationale Leonberger Unie en voorts door andere wettige middelen, die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn, mits niet in strijd met de statuten, reglementen en rechtsgeldige besluiten van de Raad van Beheer.
Artikel 4: Verenigingsjaar

Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5: Leden
  1. De vereniging kent gewone leden en buitengewone leden.
  2. Gewone leden hebben alle rechten en plichten die de wet en deze statuten aan leden toekennen onderscheidenlijk opleggen. Buitengewone leden hebben deze rechten en plichten slechts voor zover deze statuten niet anders bepalen.
Artikel 6: Gewone leden
  1. De gewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:
    a. algemene leden;
    b. ereleden.
  2. Algemene leden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.
  3. Ereleden zijn de natuurlijke personen die zich voor de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en die om die reden als zodanig zijn benoemd.
Artikel 7: Buitengewone leden
  1. De buitengewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:
    a. gezinsleden;
    b. begunstigende leden.
  2. Gezinsleden zijn zij die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en die met een lid zijn getrouwd of daarmee samenleven en die als zodanig zijn toegelaten
  3. Begunstigende leden zijn zij die zich jegens de vereniging verbinden tot het storten van een jaarlijkse donatie of een donatie ineens waarvan het minimum jaarlijks door de ledenvergadering wordt vastgesteld en die als zodanig zijn toegelaten. Begunstigende leden hebben wel toegang tot de ledenvergadering maar geen stemrecht.
Artikel 8: Ereleden
  1. Ereleden worden door de ledenvergadering op voorstel van het bestuur of op schriftelijk voorstel van ten minste tien stemgerechtigde leden benoemd met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen. Zij betalen geen contributie.
  2. Indien een algemeen lid of buitengewoon lid tot erelid wordt benoemd, houdt hij met ingang van de dag volgende op zijn benoeming op algemeen lid of buitengewoon lid te zijn.
Artikel 9: Gezinsleden
  1. Gezinsleden ontvangen geen clubblad en betalen een verminderde contributie.
  2. Een gezinslid wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar waarin hij door beëindiging van het lidmaatschap van de overige leden van het gezin als enig lid overblijft of wanneer hij het gezin verlaat waarvan hij als gezinslid deel uitmaakte.
Artikel 10: Ledenadministratie
  1. Het bestuur draagt zorg voor het bijhouden van een register waarin de namen van alle algemene leden, ereleden, gezinsleden en begunstigende leden zijn opgenomen.
  2. De leden zijn naast de verplichtingen conform de statuten en reglementen verplicht ervoor zorg te dragen dat hun adressen steeds volledig bekend zijn aan het bestuur.
Artikel 11: Toelating van leden
  1. Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden, gezinsleden en begunstigende leden nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
  2. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden voor het houden van een ledenvergadering wordt ontvangen.
  3. Bij weigering van toelating door het bestuur wordt de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis gesteld. Tegen de weigering staat binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de ledenvergadering open. De ledenvergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.
  4. In de aanmelding van begunstigende leden bij het bestuur moet het bedrag van de jaarlijkse donatie worden medegedeeld.
  5. Het lidmaatschap is persoonlijk en niet overdraagbaar noch vatbaar om door erfopvolging te worden verkregen.
Artikel 12: Einde lidmaatschap

Het lidmaatschap eindigt:
  1. door overlijden van het lid;
  2. door opzegging door het lid;
  3. door opzegging door de vereniging;
  4. door ontzetting.
Artikel 13: Opzegging door het lid
  1. Opzegging door het lid kan slechts geschieden door een schriftelijke kennisgeving aan het bestuur, die voor de eerste december van het lopende verenigingsjaar in het bezit van de secretaris moet zijn. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaats gehad, loopt het lidmaatschap door tot het eind van het eerstvolgend verenigingsjaar, tenzij het bestuur anders besluit of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  2. In afwijking van bet bepaalde in de eerste volzin van artikel 36, lid 3, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan een lid zich door opzegging van zijn lidmaatschap niet onttrekken aan een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard.
Artikel 14: Opzegging door de vereniging
  1. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging is slechts mogelijk indien:
    a. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;
    b. aan het lid door het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd;
    c. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  2. De opzegging geschiedt door het bestuur.
  3. In het geval bedoeld in het eerste lid onder a. wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
  4. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de bestaande beroepsmogelijkheid conform lid 5 van dit artikel.
  5. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep op de ledenvergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de ledenvergadering waarin het beroep wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
  6. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 17, vierde lid, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep indien het lid aanwezig is in de vergadering waarop dit besluit wordt genomen en anders met ingang van de dag volgende op die waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen.
  7. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de ledenvergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de ledenvergadering.
Artikel 15: Ontzetting
  1. Ontzetting uit het lidmaatschap is slechts mogelijk indien:
    a. het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;
    b. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  2. De ontzetting geschiedt door het bestuur.
  3. Artikel 14, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16: Geldmiddelen

De geldmiddelen der vereniging bestaan uit contributies, donaties van de gewone en begunstigende leden, uit eventuele verkrijgingen ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en uit eventuele andere toevallige baten.

Artikel 17: Contributie
  1. De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse contributie, die door de Algemene Leden Vergadering wordt vastgesteld.
  2. Het bedrag van de contributie van de gezinsleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van de algemene leden.
  3. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de ledenvergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.
  4. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.
  5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen al dan niet voor een bepaalde termijn gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.
Artikel 18: Bestuur
  1. Het bestuur bestaat uit tenminste drie personen. Het aantal bestuurders wordt vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering.
  2. De bestuurders worden door de Algemene Leden Vergadering uit de algemene leden, de ereleden en gezinsleden benoemd. De ledenvergadering kan echter bepalen dat de voorzitter buiten de leden kan worden benoemd.
  3. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester kunnen als zodanig worden benoemd.
Artikel 19: Periodieke aftreding
  1. Ieder jaar treden op de jaarlijkse ledenvergadering twee of drie bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzigen rooster.
  2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:
    a. ieder bestuurslid uiterlijk drie jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse ledenvergaderingen;
    b. de voorzitter,de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden;
    c. zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.
  3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.
Artikel 20: Voordrachten
  1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer niet bindende voordrachten.
  2. Iedere voordracht heeft op een bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste een kandidaat.
  3. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien stemgerechtigde leden bevoegd.
  4. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht van tien of meer stemgerechtigde leden moet ten minste een week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  5. Is er voor een bepaalde vacature meer dan een voordracht, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
Artikel 21: Schorsing en ontslag
  1. De ledenvergadering kan te allen tijde een bestuurslid schorsen of ontslaan. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van ten minste tweederde der geldig uitgebrachte stemmen.
  2. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  3. De bestuurders zijn bevoegd te allen tijde zelf hun ontslag te nemen, mits dit schriftelijk geschiedt met een opzegtermijn van tenminste drie maanden.
Artikel 22: Vervulling tussentijdse vacatures
  1. Indien in het bestuur een of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.
  2. Het bestuur is verplicht de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de eerstvolgende ledenvergadering te agenderen. Zodra echter tengevolge van een of meerdere vacatures, om welke reden dan ook ontstaan, het bestuur niet meer het aantal vereiste leden, conform het in artikel 18, lid l gestelde heeft, dan heeft het als zodanig fungerende bestuur de verplichting binnen drie maanden een ledenvergadering uit te schrijven, ter voorziening in die vacature(s).
Artikel 23: Bestuursfuncties, besluitvorming van het bestuur
  1. De functies van voorzitter, penningmeester en secretaris zijn onverenigbaar.
  2. Het bestuur voorziet in de vervanging van de voorzitter, penningmeester en secretaris in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing.
  3. Van het verhandelde in elke vergadering maakt de secretaris of zijn plaatsvervanger notulen. Deze worden door de vergadering vastgesteld en door de secretaris en voorzitter dan wel hun plaatsvervangers ondertekend.
  4. Voorzitter, secretaris en penningmeester en hun eventuele plaatsvervangers vormen het dagelijks bestuur.
  5. Het bestuur besluit met gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken dient het voorstel in de eerstvolgende bestuursvergadering wederom te worden behandeld. Indien de stemmen dan nogmaals staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
  6. Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.
  7. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend.
  8. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.
Artikel 24: Bestuursbevoegdheden
  1. Het bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een of meer door het bestuur ingestelde commissies. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.
  2. Het bestuur wijst uit zijn midden een of meer leden aan die tot taak hebben de werkzaamheden van de commissies te coördineren en te stimuleren.
  3. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, tot het kopen, bezwaren of vervreemden van registergoederen en het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, mits met voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering.
Artikel 25: Vertegenwoordiging
  1. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door:
    a. het bestuur;
    b. de voorzitter en secretaris, gezamenlijk handelend;
    c. de voorzitter en penningmeester, gezamenlijk handelend;
    d. de secretaris en penningmeester, gezamenlijk handelend.
  2. Bij verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde vertegenwoordiging niet worden vervangen door een op grond van artikel 22 aangewezen vervanger.
Artikel 26: Rekening en verantwoording
  1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende tien jaren.
  3. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de ledenvergadering over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste jaarlijkse ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van dat verenigingsjaar.
  4. Na afloop van de termijn in lid 3 kan ieder lid deze rekening en verantwoording in recht van het bestuur vorderen.
Artikel 27: Kascommissie
  1. De ledenvergadering benoemt jaarlijks een kascommissie van tenminste twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de ledenvergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit.
  2. De commissie kan zich desgewenst op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.
  3. Het bestuur stelt de commissie in staat haar onderzoek tijdig voor de jaarlijkse ledenvergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
  4. De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de ledenvergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere leden.
  5. Leden van de kascommissie kunnen hiervan niet langer dan vier jaar achtereen deel uitmaken.
Artikel 28: De ledenvergadering
  1. Behalve de jaarlijkse ledenvergadering, als bedoeld in artikel 26 lid 3, wordt een ledenvergadering bijeengeroepen, zo dikwijls het bestuur dit wenselijk acht. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden. De termijn van oproeping bedraagt ten minste drie weken. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
  2. Op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van eentwintigste gedeelte der stemmen, is het bestuur verplicht een ledenvergadering bijeen te roepen, op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, door oproeping overeenkomstig het vorige lid.
  3. Schriftelijke voorstellen aan de ledenvergadering van tenminste vier stemgerechtigde leden, worden op de agenda van de eerstvolgende ledenvergadering vermeld indien zij tenminste zes weken voor die tijd bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden met een preadvies van het bestuur ten minste drie weken voor de ledenvergadering aan de leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het ledenblad. Op schriftelijk verzoek van tenminste drie stemgerechtigde leden, dient de secretaris per omgaande het aantal stemgerechtigde leden schriftelijk te vermelden welk aantal voor een vergadering als genoemd onder lid 2, geacht wordt gedurende vier weken gelijk te zijn gebleven.
Artikel 29: Toegang - stemrecht
  1. Alle leden, met uitzondering van geschorste leden, hebben, behoudens het bepaalde in de artikelen 14 en 15, toegang tot de ledenvergadering. Indien de voorzitter buiten de leden is benoemd heeft deze wel toegang tot de ledenvergadering.
  2. Over toegang van anderen beslist het bestuur.
  3. Alle algemene leden, gezinsleden en ereleden hebben stemrecht. De voorzitter die buiten de leden is benoemd, begunstigende leden en op grond van de artikelen 14 of 15 geschorste leden hebben geen stemrecht.
  4. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen doen en amendementen indienen, behoudens de beperkingen die bij huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.
Artikel 30: Voorzitterschap en notulering
  1. De ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering maakt de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen. Is de secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter de notulist aan.
  3. Bij een ledenvergadering die op grond van artikel 28, tweede lid tot stand is gekomen, kunnen de verzoekers anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
  4. De ontwerpnotulen worden, door publicatie in het clubblad of op andere wijze, zo spoedig mogelijk ter kennis van de stemgerechtigde leden en de begunstigende leden gebracht. Zij worden in de eerstvolgende ledenvergadering eventueel gewijzigd, vastgesteld en door de voorzitter en secretaris ondertekend. De eventueel door de ledenvergadering aangebrachte wijzigingen worden tevens opgenomen in de notulen van de vergadering waarin tot deze wijzigingen werd besloten.
Artikel 31: Besluitvorming
  1. Voor zover de wet en de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten van de ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  2. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
  3. Over personen wordt schriftelijk gestemd. Over alle overige zaken wordt mondeling gestemd, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of ten minste vijf stemgerechtigde leden dat voor de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met ongetekende briefjes.
  4. Indien niemand stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie genomen.
  5. Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter besluiten tot stemming bij handopsteken, tenzij een der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.
  6. Ingeval de stemmen staken over een voorstel niet rakende de benoeming of aanwijzing van personen, dan is het verworpen.
Artikel 32: Stemmingen over personen
  1. Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats tenzij tussen twee personen is gestemd.
  2. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
  3. Bij de in het vorige lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij de die voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
  4. Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.
Artikel 33: Vaststelling besluitvorming
  1. Het in de ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid ervan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 34: Statutenwijziging
  1. Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de ledenvergadering.
  2. Zij, die de oproeping tot de ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste veertien dagen voor de vergadering een afschrift van dit voorstel waarin de voorgenomen wijziging woordelijk is opgenomen aan alle leden toezenden, alsmede de plaats bekend maken waar zij de tekst van het voorstel voor de leden ter inzage leggen, tot na de afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in artikel 28 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad, hetzij toegezonden aan alle leden die daarom verzoeken. In het laatste geval worden de leden van de mogelijkheid daartoe in kennis gesteld.
  4. Amendementen op het voorstel tot statutenwijziging moeten uiterlijk een week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend. De ingediende amendementen worden toegezonden aan de leden die daarom tevoren hebben verzocht.
  5. Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer is goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt.
Artikel 35: Reglementen

De ledenvergadering kan een huishoudelijk reglement en andere bijzondere reglementen vaststellen of wijzigen. Reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet, noch met deze statuten casu quo de statuten en reglementen van de Raad van Beheer.

Artikel 36: Ontbinding en dergelijke
  1. De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de ledenvergadering, waarin ten minste tweederde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet tweederde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede ledenvergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten mits met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen.
  2. Artikel 34, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
  3. Tegelijk met het besluit tot ontbinding wijst de ledenvergadering een andere kynologische vereniging aan waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen. Ook kan de ledenvereniging een of meer anderen dan het bestuur met de vereffening belasten.